Minimumbezoldiging: voorwaarde voor de verlaagde vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2018 kent het Zomerakkoord zijn eerste concrete uitwerkingen. De opvallendste wijziging vinden we terug in de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting. Zo kunnen kleine vennootschappen voortaan “genieten” van een belastingtarief van 20% (+ crisisbelasting). Er zijn echter voorwaarden verbonden om van dit tarief gebruik te kunnen maken. In dit artikel gaan we dieper in op de voorwaarde van de minimumbezoldiging.

De tarieven vanaf 2018

Alle boekjaren die vanaf 1 januari 2018 gestart zijn, worden belast aan de nieuwe tarieven. Vennootschappen waarvan het boekjaar niet gelijk loopt met het kalenderjaar, zullen hierdoor mogelijk pas later kunnen gebruik maken van het verlaagde tarief. Bv: een vennootschap waarvan het boekjaar eindigt per 30/09/2018 zal voor dat boekjaar nog aan de oude tarieven belast worden. Het is pas in boekjaar 30/09/2019 (het eerste boekjaar dat ten vroegste aanvat op 1 januari 2018) dat de vennootschap het lagere tarief zal kunnen toepassen.

Overzicht van de tarieven:

Voor wie?

Het nieuwe standaardtarief geldt voor grote vennootschappen, vennootschappen die geen minimale bedrijfsbezoldiging uitkeren, dochter-, beleggings- en financiële vennootschappen.

Voor de kleine vennootschappen die niet tot één van de bovenstaande categorieën behoren, geldt het verlaagde tarief van 20,40% op de eerste schijf van 100.000 euro winst. Heeft uw vennootschap in bepaald jaar bv. 150.000 euro belastbare winst, dan betaalt ze 20,40% op de eerste schijf van 100.000 euro en 29,58% op 50.000 euro.

Minimumbezoldiging voor de bedrijfsleider

Om te genieten van het verlaagd tarief, moet uw vennootschap jaarlijks een loon van minstens 45.000 euro bruto (vroeger: 36.000 euro) uitkeren aan één van de bedrijfsleiders. Minder dan 45.000 euro bruto loon uitkeren mag ook, maar dan moet het bruto loon minstens gelijk zijn aan de belastbare winst van uw vennootschap.

Keert u uzelf of andere bedrijfsleiders dit minimumloon niet uit, dan volgt er een dubbele sanctie:

  1. Alle winst wordt belast aan 29,58% in plaats van aan 20,40%.
  2. De vennootschap betaalt een bijkomende – weliswaar aftrekbare – heffing van 5,10% op het tekort aan loon dat u niet uitkeerde. Vanaf 2020 bedraagt deze bijkomende heffing 10%.

Uitzondering: is uw vennootschap minder dan 4 jaar oud en zet u geen oude activiteit verder? Dan bent u de eerste 4 jaren vrijgesteld van deze voorwaarde.

Welke “bezoldiging” komt in aanmerking?

Niet alleen de normale bruto bezoldiging komt in aanmerking om de grens van 45.000 euro te bepalen, maar ook voordelen alle aard, geherkwalificeerde huurbedragen en tantièmes tellen mee. Moest het dus voorkomen dat u aan het einde van het boekjaar vaststelt dat de toegekende bezoldiging niet voldoet aan het gestelde minimum om te kunnen genieten van het verlaagd tarief, kan u op de jaarvergadering nog steeds beslissen om een deel van de winst als tantième toe te kennen aan de bedrijfsleider. Enige voorwaarde is uiteraard dat er voldoende winst aanwezig is.

Nog een goede raad: indien de toegekende bezoldiging lager is dan 45.000 euro, maar u kan toch genieten van de gunsttarieven omdat deze bezoldiging gelijk of hoger is dan het belastbaar inkomen, zorg dan voor voldoende marge tussen het bedrag van deze bezoldiging en het belastbaar inkomen. Het zou immers kunnen dat bij een belastingcontrole de fiscus bepaalde kosten die u in aftrek had gebracht niet aanvaardt, hetgeen een stijging van het belastbaar inkomen van de vennootschap tot gevolg heeft. Zo kan u in een situatie terecht komen dat u de verlaagde tarieven aan u ziet voorbijgaan!

Voordeel of nadeel?

De vraag kan gesteld worden of de nieuwe regels finaal in het voordeel, dan wel in het nadeel van de belastingplichtige zijn. Het antwoord op die vraag zal afhangen van de concrete situatie, en de vraag of de bezoldiging van de bedrijfsleider al dan niet verhoogd wordt. Om deze vraag correct te kunnen beantwoorden dient er rekening gehouden te worden met:

  • het niveau van de huidige bezoldiging (en tariefschijf waarin deze belast wordt)
  • de sociale zekerheidsbijdragen
  • de gemeentebelasting
  • of de bedrijfsleider al dan niet enkel beroepsinkomsten ontvangt
  • de vraag of de bedrijfsleider al dan niet gehuwd is (toepassing huwelijksquotiënt)
  • etc.

Kortom een hele reeks factoren die elk hun invloed kunnen hebben. Iedere situatie moet natuurlijk individueel geanalyseerd en geadviseerd worden. Uw boekhouder of accountant kan steeds een simulatieberekening voor u maken. U kan ons steeds contacteren voor een analyse op maat.