Voordeel alle aard bewoning: fiscus legt zich (voorlopig) neer

De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een onroerend goed aan werknemers of bedrijfsleiders.

Even recapituleren: waarover gaat het nu alweer?

Wanneer door een vennootschap een onroerend goed kosteloos ter beschikking wordt gesteld, wordt het in uw hoofde belastbaar voordeel hiervan forfaitair geraamd conform artikel 18 K.B.WIB. De waarderingsregels bepalen dat dit voordeel als volgt wordt vastgesteld :

  • Geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60 x 1,25 (bij een KI van maximaal 745 euro)
  • Geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60 x 3,8 (bij een KI van meer dan 745 euro)

Voormelde waarderingsregels gelden enkel wanneer het onroerend goed ter beschikking wordt gesteld door een rechtspersoon. Wordt het onroerend goed ter beschikking gesteld door een natuurlijke persoon, geldt volgende formule:

  • Geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60

In het eerste geval is het belastbaar voordeel van alle aard dus aanzienlijk hoger. Zowel het hof van beroep te Gent als het hof van beroep te Antwerpen zijn van oordeel dat hierdoor het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel geschonden is. Er bestaat immers geen redelijke en objectieve verantwoording voor dit onderscheid. De hogere waardering mag dus niet toegepast worden. De belastingaanslag wordt vernietigd in de mate waarin het voordeel werd belast volgens de regels voorzien in het geval waarin het onroerend goed ter beschikking werd gesteld door een rechtspersoon.

Ongrondwettelijk, wat nu?

In de media (De Tijd, 7 maart 2018) verscheen reeds het bericht dat Minister Van Overtveldt het “onderscheid ongedaan wil maken”. Dit zou neerkomen op een “belastingverlaging”. “Daardoor zouden bedrijfsleiders nu terug op een realistisch voordeel belast worden in plaats van op een doorgaans veel te hoog voordeel”, aldus de Minister.

In het kielzog van de Minister, bevestigt nu ook de Administratie dat het voordeel alle aard dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een gebouw, in alle gevallen geraamd mag worden op basis van de (voor de belastingplichtige erg gunstige) regeling die geldt wanneer het voordeel door een natuurlijke persoon wordt verstrekt, ook al is het een vennootschap die de woning ter beschikking stelt.

Te ondernemen acties

De te nemen acties dienen uiteraard per geval bekeken te worden, maar volgende acties kunnen algemeen aangenomen worden. Er dient ook opgemerkt te worden dat onderstaande actiepunten enkel van toepassing zijn indien het voordeel alle aard voor bewoning wordt aangerekend via fiche in de personenbelasting.

Inkomstenjaar 2016 – aanslagjaar 2017 (en vroeger)

Indien de bezwaartermijn nog niet verstreken is, wordt aangeraden om bezwaar in te dienen. Vragen tot ontheffing van ambtswege worden daarentegen door de administratie afgewezen omdat een wijziging in de jurisprudentie niet als nieuw feit wordt beschouwd.
 

Inkomstenjaar 2017 – aanslagjaar 2018

Aangezien de voordelen reeds op fiche werden aangegeven staan volgende opties open:
  • Indienen van een negatieve fiche en verminderd bedrag in de aangifte personenbelasting vermelden.
  • Indien toch nog het hogere bedrag wordt belast: bezwaarschrift na ontvangst van het aanslagbiljet

Inkomstenjaar 2018 – aanslagjaar 2019

Afgaande op de circulaire kan er voor inkomstenjaar 2018 toepassing gemaakt worden van de nieuwe methode die nog bekend gemaakt zal worden. 
 
Tot slot dient nog benadrukt te worden dat er door het aanpassen van het voordeel alle aard, een onevenwicht kan ontstaan met de gemaakte kosten in de vennootschap. Hierdoor is het niet uitgesloten dat de administratie de kostenaftrek in hoofde van de vennootschap wenst aan te vechten. 
 
Indien u verdere vragen zou hebben, aarzel niet contact op te nemen met één van onze medewerkers.
Daarnaast kan u bijgevoegd de volledige circulaire vinden van de FOD Financiën.