Werken via vennootschap nog nooit zo interessant

Het was nooit eerder zo interessant om te werken via een vennootschap, zeker na de maatregelen uit het Zomerakkoord. Er zijn diverse goede redenen om een vennootschap op te richten : het kan enerzijds een uitstekende manier zijn om de samenwerking met anderen te organiseren, maar ook om via een vennootschap uw privévermogen af te schermen aan het ondernemersrisico.

Bij vaak gebruikte vormen zoals een besloten vennootschap met een beperkte aansprakelijkheid (BVBA) is de aansprakelijkheid van de aandeelhouder namelijk beperkt tot zijn inbreng. Gaat de BVBA failliet, dan verliest de aandeelhouder in principe alleen het bedrag dat hij in de vennootschap heeft geïnvesteerd.

Fiscale redenen

Maar los van bovenstaande redenen, zijn er ook fiscale redenen waarom een ondernemer of vrijeberoeper best via een vennootschap werkt.

Zelfstandigen zonder vennootschap worden, net zoals werknemers, belast in de personenbelasting. De tarieven in de personenbelasting zijn “progressief”: ze worden dus hoger naarmate u meer verdient.

Op het inkomen boven 38.830 euro per jaar bedraagt het belastingtarief 50 procent, verhoogd met gemeentebelastingen. Bovendien moet een zelfstandige sociale bijdragen betalen. Daardoor bedraagt de marginale belastingdruk vanaf 38.830 euro maar liefst 61,77 procent! Van elke 100 euro die de zelfstandige extra verdient, houdt hij slechts 38,23 euro over.

Lagere vennootschapsbelasting

In de vennootschapsbelasting is het basistarief veel lager dan 50 procent: sinds begin 2018 bedraagt het tarief slechts 29%, te verhogen met een “crisisbijdrage” van 2 procent. Vanaf 2020 bedraagt het basistarief zelfs 25 procent en vervalt de crisisbijdrage. Voor kmo’s bestaat bovendien de mogelijkheid, mits te voldoen aan bepaalde voorwaarden, om de eerste winst van 100.000 euro te belasten aan slechts 20 procent.

Met de betaling van de vennootschapsbelasting stopt het natuurlijk niet. Een ondernemer moet de gelden uit zijn vennootschap kunnen halen, en dat kan in de vorm van een loon en/of door de uitkering van een dividend. De vennootschap moet bij de uitkering van een dividend 30 procent roerende voorheffing inhouden. Die is bevrijdend, zodat de aandeelhouder op het dividend niets meer hoeft te betalen.

Sinds 1 juli 2013 is het voor vennootschappen echter mogelijk om dividenden uit te keren tegen 15 procent. Meer nog, ook de regeling rond de aanleg van een “liquidatiereserve” blijft overeind. Dat laat, zonder in de technische details te treden, de vennootschap toe om (mits het respecteren van een wachtperiode) dividenden uit te keren aan 15 procent of zelfs aan slechts 10 procent.

Een terugkerende vraag is vanaf wanneer het interessant wordt een vennootschap op te richten. Alles hangt af van in welke mate je de gemaakte winsten nodig hebt om privé van te leven. Heb je alle inkomsten nodig voor privédoeleinden, hou het dan bij een eenmanszaak. Kan je sparen, dan is het interessant om dat via een vennootschap te doen. Op die manier kan je namelijk de lagere belastingschijven van beide inkomstenbelastingen gaan gebruiken, om zo globaal minder belastingen te betalen.

Bezoldiging zaakvoerder

Omdat de verlaging van de vennootschapsbelasting budgetneutraal moet zijn en de schatkist dus niets mag kosten, zullen bedrijven wel minder mogelijkheden krijgen om de belastingfactuur met allerhande aftrekposten te drukken. Maar dat treft vooral de grotere bedrijven, die per jaar meer dan 1 miljoen euro winst boeken.

De conclusie? Voor kmo’s of eenmanszaken is het nog nooit zo interessant geweest om een vennootschap op te richten.

Om te beletten dat eenmanszaken hun activiteiten massaal in een vennootschap onderbrengen, heeft de regering-Michel wel enkele maatregelen voorzien. Zo zal de vennootschap een groter deel van de winst in de vorm van een bezoldiging moeten uitkeren. Die lonen worden uiteraard belast in de personenbelasting. Hoe hoger de bezoldiging, hoe meer personenbelasting de ondernemer betaalt.

Wil de kmo van het verlaagd belastingtarief van 20 procent genieten, dan zal ze jaarlijks 45.000 euro aan de zaakvoerder moeten uitkeren als loon. Wordt geen 45.000 euro uitgekeerd, dan zijn de gewone tarieven van toepassing. Dat impliceert echter nog altijd een verlaging van de fiscale druk.

Wat als een kmo het jaar afsluit met een belastbaar resultaat dat lager ligt dan 45.000 euro? In dat geval moet de uitgekeerde bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat om van het gunsttarief van 20 procent te genieten. Een uitzondering wordt ook gemaakt voor startende ondernemingen tijdens de eerste vier boekjaren. Zij zijn niet verplicht 45.000 euro loon uit te keren.

Als een kmo wel meer dan 45.000 euro belastbare winst boekt, en het bedrijf minder dan 45.000 euro als loon uitkeert, volgt een sanctie. Kent een kmo maar 30.000 euro toe, dan moet die een bijzondere aanslag van 10 procent betalen op het tekort aan bezoldiging, in ons voorbeeld 10 procent van 15.000 euro of 1.500 euro.

Voorbeeld

Jonas is gehuwd en heeft één kind ten laste.
De gemeentebelasting bedraag 6,5 procent.
Na aftrek van de beroepskosten boekt hij een winst van 80.000 euro.

Hoe hoger de winst, hoe groter het verschil met een vennootschap zal worden.

Heb je zelf nood aan een simulatie, wens je graag te starten als zelfstandige en twijfel je onder welke vorm, of heb je andere fiscale vragen? Neem gerust contact op, wij helpen je graag verder met al je vragen.