Zomerakkoord federale regering – wat betekent het voor u?

In de talrijke persberichten heeft u ongetwijfeld reeds gelezen dat onze federale regering een akkoord heeft bereikt omtrent de hervorming (en verlaging) van de vennootschapsbelasting. Andere maatregelen uit het “zomerakkoord” zijn o.a. de belasting op effectenrekeningen, de uitbreiding van de flexi-jobs, de optie om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen en de hervorming van de spaarfiscaliteit. In dit artikel gaan we voornamelijk in op de hervorming van de vennootschapsbelasting en de gevolgen ervan voor u en uw vennootschap.

 

De hervorming wordt doorgevoerd in twee stappen: een eerste reeks maatregelen treedt volgend jaar reeds in werking, op de tweede fase is het wachten tot 2020. 

Voorlopig is dit een politiek akkoord. Er zal pas meer duidelijkheid komen omtrent de concrete impact en timing van de verschillende fiscale maatregelen wanneer deze technisch uitgewerkt worden en vertaald zijn in wetteksten. Hierna schetsen wij alvast een overzicht van de voornaamste wijzigingen aan de fiscale regels, gebaseerd op de op dit moment publiek beschikbare informatie.

Verlaging vennootschapsbelasting

Standaardtarief

Het huidige standaardtarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 33% (+ 3% crisisbelasting). Het standaardtarief zal door de hervorming gefaseerd worden teruggebracht:

  • in 2018 wordt het tarief verlaagd naar 29% (+ 2% crisisbijdrage)
  • in 2020 wordt het tarief verder verlaagd naar 25% (crisisbelasting verdwijnt)

Verlaagd KMO-tarief

Vanaf 2018 komt er voor KMO’s bovendien een verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR belastbare winst. Voor alle winst boven deze drempel, betalen ze het standaardtarief, dat hierboven werd toegelicht. Een vennootschap is een KMO als ze tijdens haar laatste en voorlaatste boekjaar hooguit één van de volgende 3 criteria overschreed:

  • een balanstotaal van 4.500.000 EUR
  • een jaaromzet (excl. btw) van 9.000.000 EUR
  • een gemiddeld personeelsbestand van 50 voltijdse equivalenten

Samenvatting

 2017201820192020
Gewoon tarief33%29%29%25%
KMO’s (eerste 100.000 EUR)20%20%20%
Crisisbijdrage3%2%2%

Minimum bezoldiging

In de bestaande regeling is voor de toepassing van het verlaagd tarief onder meer vereist dat aan ten minste één bedrijfsleider (natuurlijk persoon) een minimum bezoldiging wordt toegekend van 36.000 EUR. In het kader van deze hervorming van de vennootschapsbelasting, heeft de regering beslist om het bedrag van de minimum bezoldiging te indexeren tot 45.000 EUR. Elke vennootschap, of ze nu een grote vennootschap is of een KMO, zal jaarlijks aan minstens één zaakvoerder of bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging moeten uitkeren van minstens 45.000 EUR (ofwel een bedrag gelijk aan de winst vóór belastingen als die lager is dan 45.000 EUR).

Enkel voor starters (bedrijven die minder dan 4 jaar geleden zijn opgericht) geldt deze verplichting niet.

Indien niet voldaan wordt aan deze verplichting geldt een “sanctie” van 10% op het verschil tussen de uitgekeerde som en de minimaal vereiste bezoldiging (max. 4.500 EUR). Merk op dat ondernemingen die geen natuurlijke persoon als bedrijfsleider hebben, altijd de bijkomende “sanctie” van maximaal 4.500 EUR moeten betalen. Deze heffing van 10% zou fiscaal aftrekbaar zijn.

Voor een KMO die te weinig bezoldiging betaalt, is er dus blijkbaar een dubbele sanctie:

  1. Verlies van het verlaagd tarief (20% op de eerste schijf van 100.000 EUR)
  2. Bijzondere heffing van 10% op het te weinig uitgekeerde bedrag van de bezoldiging

Notionele interestaftrek

Opvallend is dat de notionele interestaftrek uiteindelijk niet afgeschaft wordt. De notionele interestaftrek zou wel beperkt worden tot de aangroei van het risicokapitaal van de laatste vijf jaar (op basis van een gewogen gemiddelde). Het hogere percentage voor de KMO’s zou behouden blijven.

Tijdelijk hogere investeringsaftrek

Een onderneming die investeert, kan onder bepaalde voorwaarden een investeringsaftrek krijgen. De ondernemer mag dan een bepaald percentage van de aankoopwaarde van de investering aftrekken van de belastbare winst.

Vandaag bedraagt dat percentage 8% voor gewone investeringen. De regering trekt nu dat percentage op van 8% naar 20%, zowel voor KMO’s als voor eenmanszaken.

Vooruitbetaalde kosten

Om de vooruitbetaling van toekomstige kosten tegen te gaan, waarbij de belastbare winst van het boekjaar wordt gedrukt, zal nu in de vennootschapsbelasting worden bepaald dat kosten verbonden aan activiteiten of inkomsten van het volgende boekjaar slechts in dat volgende boekjaar fiscaal aftrekbaar zullen zijn. Hierdoor zal het boekhoudkundig matching principe fiscale doorwerking genieten.

Beperking voorzieningen voor risico’s en kosten

Voorzieningen zullen enkel nog fiscaal aanvaard worden in de mate dat ze beantwoorden aan een definitieve verplichting op balansdatum. Bovendien, om te vermijden dat voorzieningen worden aangelegd die worden teruggenomen eens het tarief is verlaagd, zal worden bepaald dat de terugname van voorzieningen steeds wordt belast aan het nominale tarief dat van toepassing was op het moment dat de voorziening werd aangelegd.

Kapitaalverminderingen

Kapitaalverminderingen zullen voortaan pro rata aangerekend worden op het gestort kapitaal en de (in het kapitaal geïncorporeerde) belaste reserves. De mogelijkheid om de vermindering bij voorrang en uitsluitend aan te rekenen op gestort kapitaal, vervalt. Reserves die in het kapitaal opgenomen zijn via de “vastklikregeling” (artikel 537 WIB92), worden (logischerwijze) niet geviseerd.

Voorafbetalingen

Tot voor kort was de boete voor bedrijven die hun belastingen niet vooraf betaalden vastgelegd op 1,125% (voor de inkomsten van 2016). Voor de inkomsten van 2017 werd deze boete verdubbeld tot 2,25%. Vanaf 2018 wordt deze boete nog verder opgetrokken. Dan betalen vennootschappen maar liefst 6,75% boete, drie keer zoveel als dit jaar. Voor eenmanszaken blijft het tarief van 2,25% behouden.

Belasting op meerwaarden aandelen

Regeling t.e.m. 2017:
Meerwaarden op aandelen die een KMO of een grote vennootschap realiseert, zijn belastbaar aan 25,75% (indien de vennootschap de aandelen minder dan één jaar in volle eigendom had). De meerwaarden die een KMO realiseert op aandelen die ze meer dan één jaar in volle eigendom had, zijn niet belastbaar en dus vrijgesteld. Er is geen vereiste van een minimale participatie om te kunnen genieten van de vrijstelling. Let wel, een grote vennootschap die meerwaarden realiseert op aandelen die ze voor meer dan één jaar in volle eigendom had, wordt hier op belast aan 0,412%.

Regeling vanaf 2018:
Het zomerakkoord bepaalt dat de belasting van 0,412% voor een grote vennootschap wordt afgeschaft, maar dat de vrijstelling strenger wordt. De meerwaarde zal namelijk slechts vrijgesteld zijn indien de beleggingsparticipatie minstens 10% of minimaal 2.500.000 EUR bedraagt. Een kmo-vennootschap die een participatie neemt in een andere vennootschap voor minder dan 10%, zal bij verkoop ervan vanaf 2018 belasting betalen op de gerealiseerde meerwaarde. Vermoedelijk zal deze meerwaarde getaxeerd worden aan 25%.

Minimumbelasting voor grote bedrijven

Er is sprake van de invoering van een minimumbelasting van 7,5%. Als (kleine) kmo of eenmanszaak hoeft u zich echter geen zorgen te maken. De minimumbelasting wordt ingevoerd voor ondernemingen die méér dan 1 miljoen euro winst maken, die daar in het verleden vaak niet op belast werden. Hoe gaat dit in zijn werk? De minimumbelasting wordt een belasting voor bedrijven die méér dan 1 miljoen euro winst maken:

  • Tot aan dat bedrag van 1 miljoen euro kan een onderneming, zoals vandaag, alle fiscaal overdraagbare verliezen, notionele interestaftrek,.. in mindering brengen.
  • Voor alle bedragen boven die 1 miljoen euro, zal de onderneming dat voor slechts 70% kunnen doen. Op de overige 30% van de winst boven 1 miljoen euro, zal de vennootschap dus altijd vennootschapsbelasting betalen.

Dit verklaart de “minimumbelasting” van 7,5% : een belasting van 25% (het nieuwe standaard belastingtarief vanaf 2020) op 30% van de winst geeft 7,5% (eventjes afgezien van die basis van 1 miljoen euro, waarop wel nog de volledige aftrek toegepast kan worden).

Maatregelen die in werking treden vanaf 2020

Een tweede belangrijk pakket maatregelen zal in werking treden vanaf 2020. Dan spreken we o.m. over:

  • Het mobiliseren van vrijgestelde reserves. Er zal gedurende een overgangsperiode van 2 jaar de mogelijkheid zijn om belastingvrije reserves om te zetten in belaste reserves tegen een tarief van 15% of 10%.
  • Voor de activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2020 zullen geen degressieve of pro rata afschrijvingen meer mogelijk zijn.
  • Aftrekbeperking van bepaalde uitgaven:
    • Alle boetes inzake directe en indirecte belastingen worden niet-aftrekbaar;
    • De aanslag geheime commissielonen wordt volledig niet-aftrekbaar;
    • Verdere inperking van de aftrekbaarheid van autokosten : o.a. de brandstofkosten in functie van de uitstoot, en het verlagen van de aftrekbaarheid tot (slechts) 100% voor elektrische auto’s.

Wenst u meer informatie?


Jan Van Cauwenbergh
T: 015/500.800
E: jan@vpaccountants.be